Deze meter kan worden gebruikt in de omgeving van -10 °C tot +50 °C en relatieve luchtvochtigheid 80%
3. GEBRUIKSMETODETijdens de meting dient het met de aangegeven pijl nauw op het oppervlak van het deel te worden geplaatst en met de twee zijrichtingen van het instrument te worden bewogen.De maximale waarde die moet worden verkregen is de reststerkte van het veld
4. VoorzichtigheidOmdat dit een zeer gevoelige indicator is, zal het door het aardveld worden geïnduceerd.De bewegingen van het instrument moeten van oost naar west of omgekeerd plaatsvinden.Indien dit niet mogelijk is en de beweging niet van oost naar west is, dient de meetwaarde te worden beschouwd om de sterkte van het aardveld te verminderen.
5. UNIT CONVERSIE1 GAUSS = 1 x 10 MILLI-TESLA
Het apparaat wordt geleverd met een kalibratiecertificaat en een koffer.